Grauwe Fitis

(phylloscopus trochiloides)

 

De Grauwe Fitis verschilt van de Tjiftjaf door de opvallende lichte smalle vleugelstreep (soms is er een spoor van een tweede streep), de opvallendere wenkbrauwstreep en de wittere onderdelen. Hij verschilt van de iets grotere Noordse Boszanger door de meestal langere wenkbrauwstreep voor het oog, de kortere achter het oog, en de donkere poten.

Zijn zang is een korte zoemende triller. Zijn roep is een hard tzik, of tswieup of een kort ratelend drrrt.

Arctische en subarctische bossen en struikvegetaties.

In W-Europa een dwaalgast, ook in Nederland en België.

 

De Groene Fitis (p.t. nitidus) wordt soms als een aparte soort beschouwd. Deze is als een kleine Fluiter met een heldergele wenkbrauwstreep en onderdelen, maar met minder helder olijfgroene bovendelen en een gele vleugelstreep. 

Zijn zang is luid, met vijf tonen zoals de Cetti's Zanger, en dan vier of vijf zoals de Zwarte Mees. Zijn roep is een vrolijk tjie-wie en trjirrie-rip.

Bergbossen.

 

De Swinhoes Boszanger (p.t. plumbeitarsus) wordt soms ook als een aparte soort beschouwd. Deze heeft twee vleugelstrepen, donkerdere en groenere bovendelen, wittere onderdelen en iets kortere vleugels en staart. Hij mist de witachtige randen en toppen van de tertials van de Bladkoning.

Dwaalgast uit O-Siberië.

 

L 11-12 / SW 16-22 / Z

Maak jouw eigen website met JouwWeb