Barbarijse Frankolijn

(francolinus bicalcaratus)

 

De Barbarijse Frankolijn heeft de grootte als van een patrijs. Hij heeft een egaler kleed dan de Barbarijse Patrijs, met kastanjebruine kruin en achterhoofd, een witte wenkbrauwstreep en kastanjebruine en zwartwitte flankstrepen in rijen donkere vlekken. Hij heeft geen roodbruine staartpennen. De snavel en de poten zijn geel of groenachtig, de poten dubbel gespoord bij de haan.

Zijn roep is een luid diep herhaald koewair of kook, vaak in de schemering vanaf een heuvel of boomstronk. Ook koo-kooi.

Open bos en struikgewas.

Het is een W-Afrikaanse soort, met een zeldzame endemische ondersoort (ayesha) in Marokko.

 

L 30-33 / SW 45-50

Maak jouw eigen website met JouwWeb