Sneeuwuil
(nyctea scandiaca)
De Sneeuwuil is onmiskenbaar door het grote formaat, de zware bouw en het grotendeels witte verenkleed. Het vrouwtje is duidelijk groter dan het mannetje en heeft meer zwarte of bruine banden op de bovendelen. Het eerstejaars kleed is als van het adulte vrouwtje, maar van het eerstejaars mannetje is lichter.
De roep van het mannetje is een luid krassend blaffend èh-èh, van het vrouwtje hoger. Zijn zang is een diep oeh. Buiten het broedgebied is hij zwijgzaam.
Zijn vlucht is meer buizerdachtig dan uilachtig, vaak zwevend. Vaak zit hij op de grond.
Toendra en hoogveengebieden. Hij jaagt vooral op lemmingen en vogels zo groot als de Alpensneeuwhoen en Scholekster.
Invasies naar het zuiden en westen houden verband met fluctuaties in de lemmingenstand. In Nederland en België een dwaalgast.
L 55-66 / SW 142-166 / Z
Maak jouw eigen website met JouwWeb