Zwarte Mees
(parus ater)
Dit is de kleinste mees, makkelijk herkenbaar aan de zwarte kruin en keel en de witte wangen en achterhoof (wit met een gele waas bij juvenielen).
De ondersoort ater (Europa) heeft leigrijze bovendelen.
De ondersoort britannicus (Groot-Brittannië) heeft olijfgrijze bovendelen.
De ondersoort hibernicus (Ierland) heeft geelachtige wangen en achterhoofd.
De ondersoort ledouci (N-Algerije, Tunesië) heeft een bruinachtige mantel en lichtgele wangen, achterhoofd en onderdelen.
De ondersoort atlas (Marokko) lijkt op de ondersoort ater maar heeft een ander geluid en leeft in steeneikenbossen, nooit in naaldbossen.
De ondersoort cypriotes (Cyprus) heeft bruine bovendelen.
Zijn geluiden zijn variabel, lijken vaak op die van de Koolmees maar zijn hoger. Zijn zang is o.a. wietjuu-wietjuu-wietjuu of sietu-sietu-sietu of wietse-wietse-wietse. Zijn roep is o.a. tsuu of tsu-ie of een Goudhaanachtig tsie.
Vooral naaldbossen, maar ook in gemengde of zelfs zuivere loofbossen.
In Nederland en België een standvogel.
L 11,5/ SW 17-21 / BJ
Nest
De Koolmees nestelt het liefst in naaldbossen, maar ook wel in gemengd bos waar tenminste enige groepen naaldhout groeien. Hij vermijdt wel uitgesproken lariksbossen. Ze maken hun nesten in holten, vaak vrij laag bij de grond, maar wel met voorkeur voor boomholten. Ook bouwen ze hun nesten wel tussen boomwortels, in rotsspleten of zelfs in verlaten muizen- of mollengaten. Ook nestelen ze graag in nestkastjes.
De grootte van het nest wordt aan de beschikbare ruimte aangepast. Beide partners bouwen aan het nest en gebruiken dezelfde materialen als de Koolmees. Ze bekleden het rijkelijk maar met minder veertjes.
Hij broedt in de regel tweemaal, bij uitzondering driemaal per jaar, van april tot begin juli. Het broedsel bevat gemiddeld 8, hoogstens 12 eieren. Deze zijn wit, meer of minder dicht getekend met fijne en grovere, roest- tot roodbruine vlekjes en puntjes die af en toe aan de stompe pool kransvorming vertonen. Het vrouwtje begint meteen na het leggen van het laatste ei met broeden en na 14-17 dagen komen de jongen uit. Ze blijven 16-23 dagen in de nestholte en worden door beide ouders gevoerd. Korte tijd na het uitvliegen worden de jongen ook nog gevoerd.
Maak jouw eigen website met JouwWeb