Roodmus
(carpodacus erythrinus)
Dit is de meest wijd verspreide en talrijkste roodmus, zich naar het westen uitbreidend. De oudere mannetjes hebben een variabele hoeveelheid helderrood op de kop, borst en stuit. De vleugels en staart zijn donkerbruin met twee lichtere vleugelstrepen. Het vrouwtje, onvolwassenen en juvenielen zijn vrij egaal bruin, als het vrouwtje van de Huismus, maar met een kleinere snavel, twee lichte vleugelstrepen en een wittere buik. Sommige onvolwassen mannetjes broeden in bruin kleed.
Zijn zang is een helder fluitend wie-tjewie-tjoe. Zijn roep is twiek, als een Vink of Frater.
Bosranden en struiken, ruige vegetaties langs water, bouwland, tuinen, boomgaarden.
In Nederland een zeer schaarse broedvogel, vooral op de Waddeneilanden en in Flevoland, en (ook in België) doortrekker.
L 14,5 / SW 24-26,5 / bD
Maak jouw eigen website met JouwWeb