Lachmeeuw

(larus atricilla)

 

De Lachmeeuw is groter dan de Kokmeeuw. De adult-zomer heeft een zwartachtige kap tot op het achterhoofd. Hij heeft een onderbroken witte oogring (ook bij de eerstewinter vogel). In de winter zijn het achterhoofd en de wangen grijs. De bovendelen zijn donkergrijs, de vleugelachterrand wit. Hij heeft geen witte vlek in de zwarte vleugelpunt. Hij heeft een dikke snavel, rood tot zwart, iets omlaaggebogen aan de punt. De poten zijn bruin tot zwart.

De vlucht is verend, lijkend op die van de Kokmeeuw, maar heeft een slanker voorkomen door de langere vleugels.

Transatlantische dwaalgast, ook in België gezien.

 

L 36-41 / SW 100-125