Boskoekoek

(cuculus saturatus)

 

De Boskoekoek is iets groter dan de Koekoek, donkerder van boven, een zwaardere bandering op de onderdelen en dieper geelbruine ondervleugels.

Zijn kenmerkende roep is een gesmoord Hopachtig doe-doe, 6-8 keer herhaald en voorafgegaan door een snellere vierlettergrepige versie van dezelfde tonen.

Hij is schuw, hij blijft tijdens de broedperiode in de boomtoppen. Bossen, vooral dichte dennen- en sparrenbossen.

Hij is een broedparasiet van de phylloscopus-zangers.

Hij lijkt zich naar het westen uit te breiden. Hij overwintert in ZO-Azië.

 

L 30-32 / SW 51-57