Grauwe Klauwier

(lanius collurio)

 

Dit is de enige klauwier met een blauwe kop en stuit en een roodbruine rug. De wenkbrauwstreep en de kin zijn wit, de oogstreep zwart en de onderdelen rozig. Het vrouwtje, onvolwassenen en juvenielen zijn voornamelijk bruin met een schubtekening op de onderdelen. De staart is soms roodbruin. Juvenielen hebben bovendien een schubtekening op de bovendelen. In de vlucht is de witte staartzijde (vooral aan de basis) opvallend. Slechts zelden hebben ze een kleine witte vleugelvlek, zoals de Izabelklauwier.

Zijn zang doet enigszins denken aan die van de Tuinfluiter. 

In Nederland en België een schaarse, in aantal achteruitgaande broedvogel.

 

L 17-18 / SW 24-27 / B