Griel

(burhinus oedicnemus)

 

De Griel is lichtbruin met een korte geel-zwarte snavel. Hij heeft een grote ronde kop met groe gele ogen. Hij heeft een dubbele vleugelstreep: een smalle, donkeromgrensde witte (ook in zit opvallend) en een brede lichtgrijze, contrasterend  met de zwarte slagpennen.

De ondersoort saharae (N-Afrika, Midden-Oosten, Griekenland, eilanden in de Middellandse Zee) is lichter en zandkleuriger.

De ondersoorten insularum en distinctus (O- en W-Canarische Eilanden) zijn donkerder en zwaarder gestreept.

Zijn vlucht is langzaam en recht.

Zijn roep is een wild, schril, wulpachtig kuulie.

Open, droge en stenige terreinen, heides, halfwoestijnen, bouwland. In het najaar soms in groepen.

In Nederland een voormalig broedvogel in de duinen, nu een zeldzame overzomeraar en doortrekker. In België een zeldzame doortrekker.

 

L 40-44 / SW 77-85 / bZ

Maak jouw eigen website met JouwWeb