Grote Lijster
(turdus viscivorus)
Dit is de grootste van de algemene lijsters. Hij verschilt van de Zanglijster door de grijzere bovendelen, de grotere rondere vlekken op de onderdelen, de witte ondervleugels en de witte toppen aan de buitenste staartpennen. De geslachten zijn gelijk. Juvenielen hebben lichte vlekken op de bovendelen.
Hij heeft een luide, ver dragende, bellende zang, niet weemoedig zoals de Merel of herhalend zoals de Zanglijster. Zijn roep in de vlucht is een raspend trrrr, heel anders dan de andere lijsters, behalve de Goudlijster.
Hij heeft een kenmerkende vlucht, regelmatig de vleugels sluitend, zoals de Kramsvogel, maar niet duidelijk golvend.
Bossen en gebieden met verspreide bomen, parken en tuinen. In het zuiden veelal in bergen, elders ook in buitenwijken van steden. Buiten de broedtijd vaak in veengebieden en op graslanden.
In Nederland en België het gehele jaar aanwezig.
L 27 / SW 42-47,5 / BJ
Nest
In W-Europa nestelt de Grote Lijster vrij algemeen in loofbossen en zelfs in tuinen en parken. Ze bouwen hun nest in bomen, in verhouding op vrij grote hoogte, minstens 1,5-15 m en hebben een bijzondere voorkeur voor gevorkte takken of ze bouwen het direct langs de stam.
In vergelijking met de nesten van de andere lijstersoorten is het nest van de Grote Lijster een tamelijk groot bouwsel dat aan de buitenzijde niet afgewerkt is en een behoorlijk grote onderlaag heeft. Het grote, stevige, tamelijk slordig gebouwde nest bestaat uit allerlei plantenstengels, takjes, grassen, wortels, mos met een binnenlaag van vochtige aarde, die weer met fijne halmpjes en een enkele maal met schapewol wordt gevoerd. De diameter van de buitenzijde bedraagt tot 25 cm, de hoogte ongeveer 12 cm, de doorsnede van de nestkom 11 cm en de diepte 5 cm. De bouw kost het vrouwtje ongeveer 8 dagen.
Hij broedt jaarlijks tweemaal van maart (soms eind februari) tot in juli. Het vrouwtje legt 4-5 eieren en bebroedt deze de gehele periode van 12-16 dagen helemaal alleen. Ze zijn meestal donkerroomkleurig tot geelachtig bruin, grijsachtig groen tot groenachtig blauw met roodbruine schaal- en paarse ondervlekken. De ondervlekken zijn vaak violetkleurig. Ze zijn in vergelijking met andere lijstereieren echt bontgekleurd. Soms vloeien de vlekken uit tot 'brandvlekken' en treden er zwarte streepjes of haaltjes op. Beide ouders voeren de jongen 14-16 dagen. Als de jongen het nest verlaten, kunnen zij nog niet goed vliegen en blijven zich in de omgeving van het nest ophouden. Als zij 20 dagen oud zijn kunnen ze vliegen.
Maak jouw eigen website met JouwWeb