Grauwe Vliegenvanger
(muscicapa striata)
De Grauwe Vliegenvanger is muisgrijs op de bovendelen, lichter op de onderdelen, met een donkere streping op de kruin, het voorhoofd, de keel, borst en flanken. De geslachten zijn gelijk. Juvenielen lijken geschubd door de lichte vlekken op de bovendelen.
Zijn zang is een onbeduidende serie schrille raspende hoge tonen, alsof twee vogels beurtelings roepen. Zijn roep is een hoog Roodborstachtig tzieh.
Hij zit rechtop op een uitkijkpost en keert daar meestal na een uitval naar een insect weer naar terug.
Open bossen, bosranden, boomgaarden, lijn-elementen met bomen, parken en tuinen.
In Nederland en België een zeer talrijke broedvogel, en doortrekker.
L 14 / SW 23-25,5 / BD
Nest
De Grauwe Vliegenvanger broedt in loof-, gemengd en naaldhout aan bosranden, in parken, tuinen, kerkhoven, buitenplaatsen en bij boerderijen. In de bergen tot aan de boomgrens. Ze broeden in halfholen. Hiervoor heeft hij vooral oude, uitgegroeide bomen nodig, maar stelt zich ook vaak tevreden met een gaffeltak. In de buurt van mensen bouwen ze hun nest ook onder daken, balkons, schuurtjes, tuinhuisjes, in klimplanten tegen muren of in halfopen nestkastjes, of in oude nesten van lijsters, zwaluwen en dergelijke.
Het nest is meestal op 2-5 m hoogte, zelden hoger, en wordt door beide partners gebouwd, waarbij het vrouwtje het grootste aandeel heeft. Het is een slordige bouw, die na 3-8 dagen geheel klaar is. Het bestaat uit mos, korstmos, worteldraden, halmpjes en grasblaadjes. De kom is met haren en wol gevoerd. De buitendoorsnede van het nest is 9-19 cm, de hoogte 4-6 cm, de nestkom is 5-6 cm breed en 4-5 cm diep.
Het vrouwtje legt ongeveer een week nadat de bouw klaar is, in de tijd van mei tot juni, meestal 5 eieren, ook 4-9 eieren komen voor. Hij broedt eenmaal per jaar, maar een deel ongetwijfeld ook tweemaal. De eieren zijn roomkleurig tot roodachtig wit, of grijsachtig- tot lichtgroen, soms blauwgroen met kleine en grote roestrode tot bruinrode vlekken en puntjes en violette 'ondervlekken'. De vlekken lopen aan het stompe einde vaak geheel in elkaar over. Het vrouwtje begin al na het leggen van het tweede ei met broeden. Waarschijnlijk broedt alleen het vrouwtje en wordt dan door het mannetje van voedsel voorzien. De broedtijd bedraagt 12-13 dagen. De jongen blijven nogmaals zo'n tijd in het nest en worden door de ouders gevoerd.
Maak jouw eigen website met JouwWeb