Roodkeelduiker
(gavia stellata)
De Roodkeelduiker is de kleinste en meest slanke duiker, in de vlucht met snellere vleugelslagen en nauwelijks uitstekende poten.
Tijdens het zwemmen worden de kop en snavel in een hoek van 30 graden gehouden, wat het opgewipte effect van de iets gehoekte ondersnavel versterkt.
In de winter is het gezicht witter dan van andere duikers (met een vrijstaand donker oog, vooral bij de adult). De kruin en achterhals zijn lichter grijs, de rug is fijn witgevlekt en de achterflank is donker. In de zomer heeft hij een rode voorhalsvlek (kan soms zwart lijken).
De vluchtroep is een kwakend gekakel.
Hij broedt aan kleine meertjes in hoogveengebieden, heides en toendra en zoekt voedsel op grotere wateren of op zee.
In Nederland en België in de winter algemeen langs de kust, soms in het binnenland.
L 53-69 / SW 106-116 / DW
Maak jouw eigen website met JouwWeb