Blauwborst
(luscinia svecica)
De Blauwborst is een schuwe roodborstachtige vogel. Beide geslachten hebben een opvallende roodbruine zijstaartbasis, een lichte wenkbrauwstreep en een zwarte borstband. Het mannetje heeft in de zomer een blauwe keel en borst, met daarin een witte of een rode vlek, en een rode borstband onder een zwarte borstband. Het vrouwtje heeft een witte keel en borst. De adult en onvolwassen mannetje is in de winter lichter blauw zonder vlek. Juvenielen zijn gevlekt met een roodbruine zijstaartbasis.
De Roodsterblauwborst (l.s. svecica - Scandinavië, N-Rusland en geïsoleerde populaties in de bergen van C-Europa) hebben een rode vlek op de blauwe borst. In Nederland en België een zeldzame doortrekker.
De Witsterblauwborst (l.s. cyanecula - C- en Z-Europa) heeft een witte vlek.
De ondersoort pallidogularis (vanaf de Wolga oostwaarts) heeft een rode band of driehoek.
De ondersoort magna (Kaukasus, O-Turkije) is de grootste ondersoort met geen of slechts een zeer kleine vlek.
Zijn zang is rijk gevarieerd en imiterend, met een kenmerkend metalig ting, ting, ting, en nachtegaalachtige tonen. Zijn roep is huwiet en tjak, tjak.
Bergen en toendra met berkenbos, of moerassige gebieden langs zoetwater met dichte struik- en rietvegetatie.
In Nederland een vrij talrijke, in België een schaarse broedvogel (ondersoort cyanecula) en doortrekker.
L 14 / SW 20-22,5 / BD
Maak jouw eigen website met JouwWeb