Korhoen
(tetrao tetrix)
De Korhoen is veel kleiner dan de Auerhoen. Het mannetje heeft een liervormige staart en een witte vleugelstreep. De hen is veel kleiner dan de haan. Hennen en juvenielen verschillen van de even grote sneeuwhoenders en de veel grotere Auerhen door de gevorkte staart en smalle lichte vleugelstreep. Ze zijn grijzer en met donkerdere poten dan sneeuwhoenders. Ze missen de roodbuine borstvlek en de witte flanken van de Auerhen.
Zijn vlucht is een afwisseling van snelle snorrende vleugelslagen en glijvlucht op omlaaggebogen vleugels.
In het voorjaar (soms ook andere jaargetijden) verzamelen Korhoenders zich dagelijks op een gemeenschappelijke baltsplaats. Mannetjes vertonen dan een uitgebreide balts met gespreide staart, afhangende vleugels en gezwollen rode ooglellen, al roepend op en neer springend en rennend. De baltsgeluiden van de haan zijn koerend, borrelend en kraaiend. De hen heeft een fazantachtiig kok-kok.
Hoogvenen, steppen en vochtige heides met bosranden en verspreide bomen.
In België en Nederland (zeldzaam geworden) broedvogel.
L 40-55 / SW 65-80 / bJ
Maak jouw eigen website met JouwWeb