Braamsluiper

(sylvia curruca)

 

De Braamsluiper is grijzer dan de Grasmus, met een donkere oorstreek, grijze poten, geen roodbruin op de vleugels (wel bij de Siberische ondersoort blythi; dwaalgast).

De ondersoort blythi (Siberië) heeft warmere bruine bovendelen.

De ondersoort althaea (ZW-Azië) is veel donkerder, met een zwarte oorstreek en een dikkere snavel.

De ondersoort minula (in de winter in Iran) is lichter, met een kleine of geen donkere vlek op de oorstreek, en een dunnere snavel.

Hij leeft verborgen en heeft geen zangvlucht. Zijn zang is een kenmerkende staccato ratel (enigszins lijkend op die van de Cirlgors), voorafgegaan door zachte babbelende tonen, vanaf een verborgen zangpost. Zijn roep is een spetterend tsik.

Open bossen, struiken, heggen, parken, tuinen.

In Nederland en België een talrijke broedvogel en doortrekker.

 

L 13,5 / SW 16,5-20,5 / BD