Witrugspecht

(dendrocopos leucotos)

 

Dit is de grootste bonte specht, met de langste hals en snavel. De onderrug en de stuit zijn wit. Hij heeft geen grote witte vleugelvlekken maar een brede zwart-witte bandering op de vleugels. Mannetjes hebben een rode kruin. Hij verschilt van de Middelste Bonte Specht door het ontbreken van de zwarte halsstreep en de tot de snavel lopende mondstreep. Juvenielen hebben een lichtrode kruin en onderstaartdekveren.

De ondersoort lilfordi (Z-Europa, Klein Azië) is lichter met een geelbruin voorhoofd en wangen, een dunnen zwarte streep achter de oorstreek die (bijna) het achterhoofd bereikt. Deze is minder opvallend of ontbreekt bij de leucotos (N-Europa, Karpaten). Deze ontbreekt bij de uralensis (Oeral). Ook heeft de lilfordi een zwarte stuit met enkele witte veertoppen en een smallere witte bandering op de vleugels.

Zijn roep is kjuk, zachter dan de Grote Bonte Specht. Hij heeft een luide roffel, langer dan die van de Grote, met losse tikken aan het slot, klinkend als een langzaam afbrekende tak.

Bossen. Hij prefereert loofbossen met veel dode en vermolmde bomen.

Niet in Nederland, wel in België als dwaalgast vastgesteld.

 

L 24-26 / SW 38-40