Koereiger

(bubulcus ibis)

 

De Koereiger is kleiner en compacter dan de Kleine Zilverreiger, met een kortere, dikkere snavel en hals. Hij heeft een gedrongen zithouding. Behalve in de zomer lijkt hij altijd volledig wit. In de zomer heeft hij bruingele veren op de kruin, borst en mantel. De gezichthuid is geel, felrood in broedtijd. De snavel is geel, oranjerood in broedtijd. De poten zijn donkergroen, roodachtig in broedtijd. Juvenielen zijn als de adult-winter.

Hij foerageert meestal in grasland in de buurt van vee.

In Nederland en België zeldzaam, maar hij breidt zich uit.

-

L 48-53 / SW 90-96 / Z

Maak jouw eigen website met JouwWeb