Drieteenmeeuw

(larus tridactyla)

 

De Drieteenmeeuw is iets kleiner dan de Stormmeeuw en heeft kortere, smallere en puntiger vleugels zonder witte vlekken in de zwarte vleugelpunten. De mantel en vleugeldekveren zijn iets donkerder grijs dan de rest van de bovenvleugel. De snavel is dunner, de poten zwart. In de winter zijn de kop en hals ongestreept lichtgrijs, met donkere oog- en oorvlekjes. Juvenielen en onvolwassenen hebben een donkere halsband en een opvallende zwarte diagonale armpenbaan en zwarte voorrand op de handvleugel. 

Zijn vlucht is als een Stormmeeuw met snellere vleugelslagen verend en sierlijk, rustig bij zachte wind, krachtiger bij harde wind, met scherp gehoekte vleugels en pijlstormvogelachtige gijvluchten.

In broedkolonies is hij luidruchtig met kit-ie-week en een laag uk-uk-uk.

Richels van rotsen aan de kust. Soms in duinen en op kiezelstranden of op gebouwen. In de winter ver op zee, soms aan de kust.

In Nederland en België het gehele jaar langs de kust te zien, soms in grote aantallen, in de zomer het minst.

 

L 38-40 / SW 95-120 / J

Nest

 

De Drieteenmeeuw broed in broedkolonies, vaak met enige duizenden broedparen. Kleine kolonies zijn niet gebruikelijk en nesten in het binnenland komen zelden voor.

Ze bouwen hun nesten op ontoegankelijke richels van steile klifkusten en rotseilanden, soms in grotten en een enkele maal op en aan gebouwen. Ze gebruiken hiervoor allerlei land- en waterplanten, zeegras, wier, mossen en korstmossen. Ze zijn zeer vast gebouwd omdat de rand met leem, modder en uitwerpselen van de jongen wordt opgehoogd en langzamerhand daaraan vastkleeft. In smalle rotsspleten kunnen de nesten tot 100 cm hoog worden. De buitenste doorsnede bedraagt 25-30 cm, de doorsnede van de nestkom 15-30 cm. Ze gebruiken ook oude nesten die zij wat repareren en aanbouwen. Zulke oude, langer gebruikte nesten kunnen soms 10 kg wegen.

Het vrouwtje legt tegen het einde van mei, aanvang juni 2, zelden 3 eieren. Een vervangingslegsel bevat meestal uit 1 ei en ook in noordelijker streken wordt vaak maar 1 ei gelegd. De eieren zijn zonder glans en ruw korrelig. De kleur is van bleek zandkleurig tot fraai licht lichtbruin, soms roodachtig met licht- tot donker- en zwartbruine oppervlaktevlekken die soms ook neiging tot kransvorming hebben aan de stompe pool. De vlekken liggen niet bijzonder dicht op elkaar. Beide vogels broeden 21-24 dagen lang. De jongen vliegen na 4-5 weken uit. Daarvoor worden zijn door beide ouders gevoerd, maar ook nog een korte tijd na het uitvliegen.

Maak jouw eigen website met JouwWeb