Reigers
(ardeidae)
Dit zijn moerasvogels die door de lange poten, hals en snavel goed zijn toegerust voor het foerageren in ondiep water. De staart is kort, de vleugels zijn breed en afgerond. In de broedtijd hebben ze vaak verlengde kop- en schouderveren. De geslachten zijn meestal gelijk.
Tijdens de broedtijd, gedurende de paarformatie, vanaf de balts tot aan de completering van het legsel, zijn de gezichthuid, snavel en poten van veel reigers feller gekleurd, vaak roder of meer oranje en gele irissen worden rood.
De grotere soorten hebben een zware langzame vlucht met ingetrokken hals (i.t.t. ooievaars, lepelaars, ibissen en kraanvogels) en gestrekte poten.
Ze maken vaak luide, krassende en krakende geluiden.
Ze broeden dikwijls in kolonies, in bomen of in rietvelden.
roerdomp
noordamerikaanse roerdomp
woudaap
amerikaanse woudaap
mantsjoerijse woudaap
afrikaanse woudaap
ralreiger
indische ralreiger
chinese ralreiger
mangrovereiger
groene reiger
kwak
koereiger
grote zilverreiger
middelste zilverreiger
westelijke rifreiger witte vorm
westelijke rifreiger zwarte vorm
kleine zilverreiger
kleine blauwe reiger
witbuikreiger
amerikaanse kleine zilverreiger
blauwe reiger
zwartkopreiger
amerikaanse blauwe reiger
reuzenreiger
purperreiger
Maak jouw eigen website met JouwWeb