Slechtvalk

(falco peregrinus)

 

De Slechtvalk is een middelgrote valk en heeft een kenmerkend silhouet met lange spitse, aan de basis brede vleugels en een iets taps toelopende korte middellange staart. De bovendelen zijn licht- tot donkergrijs, de gebandeerde onderdelen witachtig tot geelbruin. Hij heeft een contrasterende zwarte baardstreep en witte wangen en keel. Juvenielen zijn donkerbruin van boven, gestreept van onder. De washuid en poten zijn blauwgrijs (geel bij de adult).

De ondersoort calidus (toendra) is het lichtst, de ondersoort brookei (Middellandse Zeegebied) is het donkerst, vaak meer roodbruin van onder en met enkele roodbruine plekken op het achterhoofd.

De jachtvlucht is met snelle vleugelslagen, ook stootduikend op prooi. De gewone vlucht is langzamer, onderbroken door glijvluchten. Hij zweeft ook.

Open landschap, van toendra tot halfwoestijnen, rotskusten en bossen. Hij nestelt op rotsrichels, ook in bomen en hoge gebouwen. In de winter ook langs kusten en bij estuaria.

In Nederland en België onregelmatige broedvogel en schaarse wintergast en doortrekker.

 

L 36-48 / SW 95-110 / bDW