Eider

(somateria mollissima)

 

Het adult mannetje is samen met het mannetje Brileider de enige eend met witte bovendelen en zwarte onderdelen. De kruin en staart zijn zwart, het achterhoofd lichtgroen, de borst lichtroze. In de vlucht is de voorvleugel wit, de vleugelpunt en de achterrand zwart. Onvolwassenen en het eclips mannetje hebben een variabele mengeling van zwart en wit, maar meestal is de kop donker en zijn de onderdelen zwart. Het vrouwtje heeft een typische zware bouw, een recht voorhoofd en een gestreepte borst, de puntige snavellobben reiken vrijwel tot het oog.

Mannetjes van de ondersoort faeroensis (Orkney, Shetland, Faröer) zijn kleiner en met een donkerder grijze snavel en kortere snavellobben dan de ondersoort mollissima, het vrouwtje is donkerder gestreept.

Het mannetje van de ondersoort borealis (IJsland, Spitsbergen) heeft een heldergele snavel.

De roep van het mannetje tijdens de balts is een kreunend ah-oe of koe-roe-uh (klemtoon op de tweede lettergreep), van het vrouwtje grommend en kwakend.

Rots- en zandkusten.

In Nederland  een broedvogel (Waddengebied) en wintergast. In België een doortrekker en wintergast.

 

L 50-71 / SW 80-108 / BJ