Kruisbek
(loxia curvirostra)
Dit is de talrijkste en meest wijd verspreide kruisbek, vertoont vanuit de normale broedgebieden onregelmatige irrupties naar het westen en zuiden, vaker dan andere kruisbekken. Het adult mannetje is helderrood tot oranjerood, of zelfs geel of olijf getint. Onvolwassen mannetjes zijn oranjerood, het vrouwtje is olijfbruin met een gelere stuit en onderdelen. Juvenielen zijn bruin met donkere strepen. De vleugels en staart zijn in alle kleden donkerbruin.
Geïsoleerde populaties zoals de ondersoorten balearica (Balearische Eilanden), corsicana (Corsica), poliogyna (NW-Afrika) en guillemardi (Cyprus) hebben dikkere snavels, als een Schotse Kruisbek, leven in dennenbossen en trekken niet. De meeste mannetjes zijn zelden erg rood, maar meer oranje of zelfs geel, vrouwtjes zijn minder geel, vaak erg grijs. De kleur is echter variabel en sommige balearica-mannetjes zijn helderrood.
Vogels in de Pyreneeën en het C-Iberisch Schiereiland hebben dikkere snavels, maar de populaties zijn niet geïsoleerd.
Bij de ondersoort crimea (Krim) zijn de mannetjes lichter rood, de vrouwtjes grijzer.
Zijn zang is een staccato serie bellende tonen, gebaseerd op de kenmerkende roep, een metalig kiep, kiep.
Naaldbossen, met voorkeur voor sparren, tijdens invasies ook in kleinere naaldbosjes.
In Nederland en België een broedvogel in wisselende aantallen, voornamelijk in het oosten.
L 16,5 / SW 27-30,5 / BJ
Maak jouw eigen website met JouwWeb