Alpengierzwaluw
(apus melba)
De Alpengierzwaluw is de grootste gierzwaluw. Hij is makkelijk herkenbaar aan het tamelijk lichtbruine verenkleed met witte onderdelen doorsneden door een bruine borstband (geen enkele andere gierzwaluw heeft dit). Juvenielen hebben een iets donkerdere kop dan de adult en lichte toppen aan de vleugelveren.
Zuidelijke vogels zijn lichter, vooral de ondersoort tuneti (NW-Afrika, behalve N-Marokko) en de ondersoort archeri (Dode Zee tot Sinaï).
Zijn vlucht is snel, krachtig en vastberaden, nog energieker en krachtiger dan die van de Gierzwaluw. De vleugelslagen zijn langzamer, soms als een kleine valk.
Zijn roep is een kenmerkende, luide trillende toon, tri-trit-it-it-ititit-it-it, stijgend en dalend in hoogte.
In Nederland en België een dwaalgast.
L 20-22 / SW 54-60 / Z
Maak jouw eigen website met JouwWeb