Bruinkeelortolaan

(emberiza caesia)

 

Het mannetje lijkt op het mannetje van de Ortolaan maar heeft een blauwgrijze kop, een rozebruine keel en een witachtige ondervleugel (valer in de winter). Juvenielen verschillen van de juveniele Ortolaan door de meer kastanjebruine tint en de witachtige ondervleugel. Ze verschillen van de juveniele Grijze Gors door de roze snavel en de minder roodbruine stuit.

Zijn zang lijkt op die van de Ortolaan maar is korter (3-4 tonen). Zijn roep is een luid stjip.

Tijdens de trek zijn ze soms opvallend tam.

Spaarzaam begroeide rotshellingen en halfwoestijnen. Ze zitten vaak op de grond of op een steen.

In W-Europa een dwaalgast.

 

L 16 / SW 23-26,5 / Z

Maak jouw eigen website met JouwWeb