Fuut
(podiceps cristatus)
De adult-zomer is onmiskenbaar met donkere dubbele kuif en bruinrode kopkraag, die tijdens de spectaculaire baltsceremoniën worden opgezet. In de winter ontbreekt de kopkraag, waardoor de witte wangstreek opvalt. De snavel is roze.
In de vlucht zie je de brede witte voor- en achterrand aan de bovenzijde van de armvleugel.
Hij heeft een grote variatie aan blaffende, knorrende en klepperende geluiden, vooral tijdens broedtijd.
Hij broedt aan open, stilstaand, zoet water, tegenwoordig ook in stadsvijvers en grachten.
In de winter is hij op meren en op zee.
In Nederland en België het hele jaar talrijk.
L 46-51 / SW 85-90 / BJ
Nest
Het nest ligt gewoonlijk verstopt in het riet, biezen, russen en rietgras.
Het bestaat uit een hoopje vochtige, rottende waterplanten waarvan het grootste deel onder water ligt. De vegetatie behoedt deze drijvende platte massa voor wegdrijven. In ondiep water komt het nest tot aan de grond en is dan soms wel een halve meter hoog. In dieper water kan een nest door de golfslag soms enige meters van de oorspronkelijke plaats afdrijven. Er zijn gevallen bekend waarbij een paartje geheel vrij op het water bouwde temidden van wat drijvende waterplanten.
De 3 tot 5 en bij uitzondering 6 eieren zijn, nadat ze gelegd zijn, bleek groenblauw overdekt met een witte kalklaag, maar krijgen na verloop van tijd tijdens het broeden een gele tot zelfs soms een donkerbruine kleur door de inwerking van de in het rottende nestmateriaal ontstane humuszuren.
Beide vogels broeden gedurende een broedtijd van ruim 20 dagen. Bij het verlaten van het nest, vaak ook bij nadering van gevaar, bedekken de vogels de eieren met nestmateriaal om deze verborgen te houden. Door de rottende plantedelen wordt de temperatuur in het nest verhoogd (voor de bebroeding niet voldoende).
Maak jouw eigen website met JouwWeb