Papegaaiduiker
(fratercula arctica)
De Papegaaiduiker is onmiskenbaar in de zomer door de groteske driekleurige snavel, de gele mondhoeken, de rode oogring en de blauwgrijze oogaanhangsels. Het gezicht is wit, de poten oranje. In de vlucht heeft hij een grote lichte kop, donkere ondervleugels en geen vleugelstreep. Bij de adult-winter zijn de keel en het gezicht grijs, zonder aanhangsels, en de snavel is kleiner en minder fel gekleurd. Onvolwassenen zijn als de adult-winter maar de snavel is nog kleiner en de poten zijn geelachtig-roze. Juvenielen hebben een nog donkerder gezicht en een nog weer kleinere snavel en een klagende tsjip-tsjip-roep.
Hij broedt in kolonies in holen aan kusten en op eilanden. In de winter op zee.
In Nederland en België het gehele jaar in zeer kleine aantallen op zee en langs de kust waargenomen, vooral in het najaar en de winter.
L 26-29 / SW 47-63 / J
Maak jouw eigen website met JouwWeb