Citroenkanarie
(serinus citrinella)
De Citroenkanarie verschilt van de Europese Kanarie en de Sijs door de grijze kruin, achterhoofd, zijhals en flanken. Bovendien heeft hij een meer groengele stuit, ongestreepte onderdelen, geen geel op de staartzijden en een dunnere snavel. Het vrouwtje is valer dan het mannetje. Juvenielen zijn grijsbruin, gestreept van onder.
Zijn zang doet denken aan die van de Sijs en Putter. Zijn roep is een kwetterend tsie-ie en een metalig tjwik.
Naaldbossen en hellingen in bergen, in Spanje ook in berken-steeneikenbossen. In het najaar en in de winter lager.
L 12 / SW 22,5-24,5
Maak jouw eigen website met JouwWeb