Rotszwaluw
(ptyonoprogne rupestris)
De Rotszwaluw is groter en donkerder en heeft een langzamere, meer glijdende vlucht dan de beide oeverzwaluwen. Ook heeft hij zwartachtige (niet donkerbruine) ondervleugeldekveren, een gevlekte keel, geen borstband, geen wit op de onderdelen en een nauwelijks gevorkte staart met witte vlekken. Juvenielen hebben een roodbruine zweem.
Zijn zang en roep zijn zwak kwetterend, soms lijkend op die van de Huiszwaluw.
Hij broedt op rotsen en gebouwen, soms aan kusten en in steden. De Rotszwaluw maakt komvormige nesten van modder onder overhangende rotsen en bruggen, in tunnels en op richels op huizen en balkons.
In W-Europa een dwaalgast, ook in België. Het is de enige zwaluw die regelmatig overwintert in Europa. Het is een trekvogel in het noorden van het gebied.
L 14,5 / SW 32-34
Maak jouw eigen website met JouwWeb