Huismus
(passer domesticus)
Het mannetje is makkelijk te herkennen aan de bruine donker gestreepte mantel, de grijze kruin en stuit, de kastanjebruine streep van het oog tot het achterhoofd, de grijze wangen, de zwarte keel en de enkele witte vleugelstreep. Het vrouwtje en juvenielen zijn valer bruin van boven en lichter van onder.
Huismus-hybriden:
Met de Spaanse Mus: Verspreid rond de Middellandse Zee.
Met de Ringmus: Grootte als de Huismus maar vaak met een donkere wangvlek als de Ringmus. Lijken meestal voor te komen waar één van beide soorten schaars is.
De ondersoort italiae (Italië) wordt soms als ondersoort van de Spaanse Mus opgevat of als aparte soort. Het mannetje heeft een kastanjebruine kruin, meer zwart op de borst en wittere wangen en onderdelen dan de Huismus.
Hij heeft allerlei tjilpende geluiden en een dubbel tjissik, alles vaak aaneengeregen tot een eenvoudige zang, vaak in koor.
In groepen levend, zelden ver van bebouwing (van boerderijen tot steden). Hij nestelt in gebouwen of heggen.
In Nederland en België een zeer talrijke standvogel.
L 14,5 / SW 21-25,5 / BJ
Nest
De Huismus bouwt zijn nest op uiteenlopende plaatsen: onder de daken van gebouwen, achter regenpijpen, aan balkons, in nestkastjes, in nesten van Huiszwaluwen, in nestholen van Oeverzwaluwen, in de meest verschillende holen en halfholen.
Het nest is een rommelige hoop die bestaat uit stro, stengels, watten, lompen en veertjes. In bomen nestelen ze anders. Hier bouwen ze machtige kogelvormige nesten met een zijingang, direct aan de takken van de boen en meestal op een veilige hoogte boven de grond. In enkele bomen kan men soms dozijnen huismussennesten bij elkaar zien, die zo op een kolonie wevervogels, waaraan ze nauw verwant zijn, lijken. Aan de nestbouw nemen beide partners deel.
Hij broedt meestal twee- tot drie-, vaak zelfs viermaal in een jaar. Een broedsel bevat 5-6, vaak 10 eieren. De broedtijd begint midden april en eindigt in juli, augustus. De eieren zijn van zuiver wit tot bleek groenblauw met grijsviolette tot zwart-, soms roodbruine vlekken die aanzienlijk in grootte en vorm variëren. De vlekken zijn aan de stompe pool meestal dichter. Het vrouwtje en het mannetje broeden 13-14 dagen. De jongen vliegen uit als zij ongeveer 15 dagen oud zijn. Ze worden eerst door beide ouders met klein gemaakte insecten uit de krop en later met hele insecten uit de snavel gevoerd.
Maak jouw eigen website met JouwWeb