Smient
(anas penelope)
Het mannetje heeft een opvallende geelbruine kruin en voorhoofd, contrasterend met de kastanjebruine kop en hals. De flank is grijs met een witte flankstreep, de anaalstreek is zwart. In de vlucht heeft hij een opvallende, ook op grote afstand zichtbare, witte voorvleugel. Het vrouwtje is kleiner en slanker dan het vrouwtje van de Wilde Eend. Beide geslachten met een steil voorhoofd, korte snavel, groen speculum, witte buik en een puntige staart. Juvenielen zijn als het vrouwtje maar valer. Eerstejaars mannetjes zijn soms zonder wit op de vleugel.
Ze hebben een snelle vlucht, vaak in groepen.
Het fluitende wie-oew van het mannetje is ook op grote afstand of in mist goed hoorbaar, het vrouwtje heeft een snorrende roep.
Hij broedt aan zoetwater op heides en kwelders en in toendra. In de winter op meren, estuaria en kustwateren en aanliggende graslanden.
In Nederland een onregelmatige broedvogel en wintergast.
L 45-51 / SW 75-86 / bJ
Maak jouw eigen website met JouwWeb