Roodhalsfuut
(podiceps grisegena)
De adult-zomer is makkelijk te herkennen aan de kastanjebruine hals, de grijswitte wangen (donkerder bij oudere vogels), het ontbreken van oor- of koppluimen en de heldergele snavelbasis.
Hij verschilt in de winter van de wittere en slankere Fuut door de kortere snavel met gele basis, de grijze hals en het ontbreken van de witte wenkbrauwstreep. Het donker van de kruin tot reikt tot of net onder het oog en vervaagt geleidelijk in witte wangen. Op afstand eerder te verwarren met de kleinere Geoorde Fuut dan met de grotere Fuut.
De bovenvleugel heeft in vlucht minder wit aan de vleugelbasis dan bij de Fuut.
In de broedtijd zeer luidruchtig, met luide kwakende, hinnikende en schetterende roepen.
Hij overwintert hoofdzakelijk in kustwateren.
In Nederland en België zeldzame (onregelmatige) broedvogel, doortrekker en wintergast.
L 40-50 / SW 77-85 / bDW
Maak jouw eigen website met JouwWeb