Woestijnmus
(passer simplex)
Het mannetje heeft een kenmerkende lichtgrijze kop en bovendelen, een zwarte bef, lichtere onderdelen en (in de zomer) een zwarte snavel. De zwarte handpendekveren en de grote dekveren (begrensd door twee witte vleugelstrepen) contrasteren opvallend in de vlucht. Het vrouwtje is vrij egaal licht zandbruin.
Zijn roep is een herhaald tju of tjip, hoger dan die van de Huismus.
Wadi's, zandige en grassige terreinen en dorpen in woestijnen.
L 13,5 / SW 22-25
Maak jouw eigen website met JouwWeb