Theklaleeuwerik

(galerida theklea)

 

De Theklaleeuwerik is moeilijk te onderscheiden van de Kuifleeuwerik, maar is iets kleiner, heeft een lichte halsband, opvallender donkere vlekken, vooral op de borst en (in Europa) een grijsachtige ondervleugel en een iets kortere snavel.

De ondersoort theklea komt voor op het Iberisch Schiereiland en ZW-Frankrijk.

De vier N-Afrikaanse ondersoorten van NW-Marokko oost- en zuidwaarts tot het Atlasgebergte en Algerije zijn groter, langvleugeliger, langsnaveliger, lichter zandkleurig en minder zwaar gestreept.

Zijn zang lijkt op die van de Kuifleeuwerik maar is variabel en imiterend, tijdens de fladderende cirkelvormige baltsvlucht of, vaker dan de Kuifleeuwerik, vanaf een zangpost in de top van een boom of struik. Zijn roep is muzikaler, twee- tot vierlettergrepig.

Meer in stenige en struikachtige gebieden, minder in cultuurgebieden, hoger in bergen dan de Kuifleeuwerik. Hij vermijdt steden en dorpen.

 

L 17 / SW 28-32