Kleine Bonte Specht

(dendrocopos minor)

 

Dit is de kleinste specht, met een grootte als van een mus. Hij heeft een korte snavel, gestreepte onderdelen en zwart-wit gebandeerde vleugels. Het mannetje heeft een rode kruin, het vrouwtje is samen met de Drieteenspecht de enige zwart-witte specht zonder enig rood in het verenkleed.

Hij is weinig opvallend. Zijn meest gehoorde roep is een vrij zacht kie-kie-kie-kie-kie, vlakker dan die van de Draaihals. Ook tsjik, zwakker dan de Grote, maar zijn roffels zijn langer, 10-30 slagen in twee seconden.

Zijn vlucht is meer fladderend dan die van andere spechten.

Open en loof- en gemengde bossen en gebieden met verspreide bomen, vooral in laagland.

In Nederland en België een vrij talrijke broedvogel.

 

L 14-15 / SW 25-27 / BJ