Roodborst

(irithacus rubecula)

 

De Roodborst is één van de meest bekende Europese zangvogels, met een oranjerode borst en gezicht, bruine bovendelen en een witte buik. Juvenielen zijn gevlekt. Hij lijkt slank tijdens de oplettende, rechtopstaande houding, dikker en compacter in rust.

De ondersoort superbus (Gran Canaria, Tenerife) is donkerder van boven en dieper rood op de borst. Op de westelijke Canarische Eilanden als die in Europa. In het oosten van het gebied zijn de vogels lichter.

Hij is meestal niet schuw. Zijn parelende of kabbelende, vrij ijle zang is vrijwel het gehele jaar te horen. Zijn  roep is een herhaald tik, een dun tsiet of (vooral juvenielen) een hoog tswie.

Bossen, struiken, heggen, parken, tuinen. Algemeen in verstedelijkte omgevingen in W-Europa.

In Nederland en België een talrijke broedvogel, doortrekker en wintergast.

 

L 14 / SW 20-22 / BJ

Nest

 

De Roodborst nestelt het liefst in jonge opslag, eerder dan in oude bossen met hoge stammen, ook in parken en grote tuinen en op andere plaatsen waar mensen wonen. Het nest, dat door het vrouwtje wordt gebouwd, ligt goed verstopt. Het bevindt zich ergens in een halfholte, vaak op en soms in de grond, in dichte heggen, vermolmde stobben, schuurtjes, tuinhuisjes, in klimop, in boomholtes en nestkastjes. 

Als onderlaag voor het nest wordt vaak dor blad gebruikt, mos, plantenstengels en dorre grassen. De nestkom wordt met fijner materiaal gevoerd zoals plantenwol, haren van dieren en veertjes. Het hele, niet bijzonder zorgvuldig gebouwde nest heeft een doorsnede van 9-10 cm en een hoogte van 5 cm. De nestkom meet in doorsnede ongeveer 7 cm.

Het vrouwtje legt in april-mei het eerste, in juni-juli het tweede legsel van 5-6, zelden 4-9 eieren. Deze zijn roomkleurig tot zacht roodachtig wit met meer of minder talrijke, roestbruine puntjes en vlekjes, die voornamelijk aan de stompe pool neiging tot kransvorming hebben. Soms met violette 'ondervlekken'. Alleen het vrouwtje broedt 13-14 dagen en wordt daarbij door het mannetje gevoerd. De jongen blijven ongeveer 2 weken in het nest en verlaten dit dan zonder nog goed te kunnen vliegen. Ze blijven in de omgeving, terwijl het mannetje voor ze zorgt en het vrouwtje vaak al weer op het tweede legsel zit te broeden.

Maak jouw eigen website met JouwWeb