Waterral
(rallus aquaticus)
Hij verschilt van de grotere Waterhoen door de gebandeerde flanken en grijzere onderstaartdekveren. Hij verschilt van andere rallen door de lange rode zwartgepunte snavel. De poten zijn rozebruin. Juvenielen hebben geelbruine onderdelen en een witte wenkbrauwstreep, keel en onderstaartdekveren. De snavel is grotendeels zwart, de poten bruinachtig.
Zijn vlucht is fladderend met afhangende poten.
Hij wordt vaker gehoord dan gezien, roepend vanuit de dichte moerasachtige vegetatie met luide grommende en gillende geluiden als van een speenvarken. Ook klokkende, grommende en miauwende geluiden. Hij wordt het meest gezien tijdens vorstperiodes, foeragerend langs niet-bevroren water. Hij zwemt ook.
In Nederland en België een algemene broedvogel, doortrekker en wintergast.
L 23-28 / SW 38-45 / BJ
Maak jouw eigen website met JouwWeb