Dwergooruil
(otus scops)
De Dwergooruil is in Europa de enige kleine uil met oorpluimen (niet altijd zichtbaar) en bevederde tenen. Hij is grijsbruin, soms met roodbruine tinten, met een donkere streping. Hij zit vaak in een smalle, uitgestrekte houding.
De ondersoort scops (Europa) is zeer variabel gekleurd, van grijs tot roodbruin.
De ondersoort cyprius (Cyprus) is donkergrijs en zwaar gestreept.
Hij is grotendeels 's nachts actief, meestal opgemerkt door zijn zang, een fluitend pjoe, monotoon herhaald in korte intervallen, soms in duetten. Ook heeft hij vele andere roepen. Hij vliegt vaak overdag over korte afstanden met een diep golvende vlucht, maar de bogen zijn minder opvallend dan die van de Steenuil.
Gebieden met verspreide bomen, open bossen, boomgaarden, bouwland, palmbosjes, parken, ruïnes, dorpen. Hij jaagt vooral op grote insekten.
In Nederland en België een dwaalgast.
L 19-20 / SW 53-63 / Z
Maak jouw eigen website met JouwWeb