Kraagtrap

(chlamydotis undulata)

 

De Kraagtrap zit qua grootte tussen de Kleine en de Grote Trap in. Hij heeft altijd een opvallende verticale zwart-witte halskraag en een naar achteren wijzende kuif. Als hij zich drukt is hij door zijn zandkleurige kleed goed gecamoufleerd. In de vlucht heeft hij minder wit in de vleugels dan de Grote en de Kleine Trap. Het mannetje is groter dan het vrouwtje. Juvenielen hebben minder zwart op de hals.

De ondersoort fuertaventurae (Canarische Eilanden) is kleiner en donkerder.

Hij rent meestal weg. Zijn vlucht is vrij snel met ondiepe vleugelslagen.

Hij roept zelden. 

Droge open vlakten, halfwoestijnen, woestijnen, meestal zonder of met weinig struiken.

 

L 55-65 / SW 135-170 / Z