Duikers

(gaviidae)

 

Door hun sigaarvormig lichaam met korte staart en ver naar achteren geplaatste poten met zwemvliezen zijn ze goed gebouwd voor zwemmen en duiken, op het land zijn ze echter onbeholpen.

In de vlucht zijn de kop en hals gestrekt, voor en iets onder het niveau van het lichaam gehouden, waardoor ze een gebochelde indruk geven.

De geslachten zijn gelijk.

In het winterkleed zijn de bovendelen donker en de onderdelen wit. Juvenielen zijn minder uniform op de bovenzijde.

Vooral tijdens de broedtijd zijn ze luidruchtig, met luide klagende of lachende roep.

In de winter op zee, langs de kust, in havens, zelden in het binnenland.

roodkeelduiker

parelduiker

ijsduiker

geelsnavelduiker