Smelleken

(falco columbarius)

 

Dit is een zeer kleine valk met een grootte als van de Grote Lijster. Hij verschilt van het even grote mannetje Sperwer door de smalle spitse vleugels die echter korter zijn dan bij andere valken. De staart is korter dan die van de Torenvalk. Het mannetje is grijs van boven met zwartachtige handpennen en een grijze staart met zwarte band. Het veel groter vrouwtje is bruin van boven en heeft een gebandeerde staart. Beide hebben gestreepte onderdelen en een onduidelijke koptekening.

De ondersoort aesalon (Britse eilanden tot Rusland) is hierboven beschreven.

De ondersoort subaesalon (IJsland, overwinterend op Britse eilanden) is iets lichter en groter.

De ondersoort pallidus (Siberië, overwinterend zuidelijk tot Irak) is veel lichter.

Hij heeft een onstuimige en overrompelende vlucht, vaak laag over de grond. Hij bidt soms.

Hoger gelegen heides en hoogvenen. In de winter ook in laagland vaak langs de kust.

In Nederland en België doortrekker en wintergast in klein aantal.

 

L 25-30 / SW 50-62 / DW