Kleine Kortteenleeuwerik

(calandrella rufescens)

 

De Kleine Kortteenleeuwerik lijkt sterk op de Kortteenleeuwerik maar heeft een duidelijk gestreepte borst, geen donkere zijborstvlek en kortere tertials waardoor hij een langere handpenprojectie heeft.

Er zijn negen ondersoorten in het gebied, variërend in de hoeveelheid roodbruin en grijs in het kleed, maar zonder een oost-west cline.

Zijn zang is muzikaler, meestal beginnend met prrit, vaak met imiterende strofen, vanaf de grond of in een stijgende, spiraal- of cirkelvormige (niet golvende) zangvlucht.

Zijn biotoop is steniger, zouter en minder grassig, vaak aan droge randen van moerasgebieden.

In Nederland en België een dwaalgast.

 

L 13-14 / SW 24-32

Maak jouw eigen website met JouwWeb