Boomleeuwerik

(lullula arborea)

 

De Boomleeuwerik is kleiner dan de Veldleeuwerik met duidelijk kortere vleugels en staart, waardoor hij bijna een vleermuisachtige indruk geeft in de vlucht. Hij heeft licht geelbruine wenkbrauwen die met elkaar verbonden zijn op het achterhoofd. Hij heeft een zwart-witte vlek op de vleugelvoorrand, een staart met een witte punt en een donkere buitenstaart, en een kleine, soms moeilijk zichtbare kuif.

Hij heeft een weemoedige fluitende zang, gebaseerd op een herhaald lu-lu-lu, vaak onderbroken of in toonhoogte dalend. Meestal in een cirkelvormige zangvlucht, soms 's nachts. Zijn roep is tiet-loeiet.

Bosranden, open gebieden met verspreide bomen, heides, duinen, bouwland, hoogvlaktes en alpenweiden.

In Nederland en België een broedvogel, doortrekker en wintergast in kleine aantallen.

 

L 15 / SW 27-30 / BJ

Maak jouw eigen website met JouwWeb