Rietgans

(anser fabalis)

 

Dit Rietgans is vrijwel even groot als de Grauwe maar is veel donkerder, vooral de kop, hals en voorvleugel. Hij is duidelijk groter dan de Kleine Rietgans en heeft een langere hals en grotere snavel. De poten zijn oranje en de snavel is zwart met oranje, zelden roze.

De in bossen broedende Taigarietgans (ondersoort fabalis) heeft een zwarte snavel met meestal veel oranje. De snavel is minder fors dan die van de Grauwe.

De op de toendra broedende Toendrarietgans (ondersoort rossicus) heeft een kortere snavel met een dikkere basis. De snavel is zwart met een smalle oranje band bij de snavelpunt.

Beide ondersoorten overwinteren in Nederland, de Taigarietgans echter in kleiner en afnemend aantal.

De roep in de vlucht is aang-aang, als een Kleine Rietgans, maar lager en minder frequent. 

 

L 66-84 / SW 142-175 / DW