Kuifduiker

(podiceps auritus)

 

De Kuifduiker is een kleine gedrongen fuut. De adult-zomer is onmiskenbaar door de kastanjebruine hals en fanken en de zwarte kop met opwaarts gerichte compacte oranjeachtige oorpluimen. 

Hij lijkt in de winter op de Geoorde Fuut, maar heeft een vlakkere kop die contrastrijker is getekend door de scherpere scheiding tussen de zwarte kruin (tot op ooghoogte) en de achterhals en witte wangen en de voorhals. Met een witachtige vlek voor het oog. De snavel is recht, zwart, met een witte punt en een roze basis.

In de vlucht blijft het wit op de bovenvleugel beperkt tot de achterrand van de armvleugel en een kleine driehoek op de voorrand.

De geluiden zijn zeer gevarieerd, als bij andere futen, vaak tamelijk krassend.

In de winter hoofdzakelijk aan de kust.

In Nederland en België doortrekker en overwinteraar in kleine aantallen.

 

L 31-38 / SW 59-65 / DW

Maak jouw eigen website met JouwWeb