Ganzen
(anserini)
Ganzen zijn grote dikke watervogels met een lange hals. De geslachten zijn gelijk.
Ze leven in groepen. In de winter foerageren ganzen in grote groepen, meestal bestaand uit verschillende familiegroepen. De jongen zijn meestal in de omgeving van de ouders te vinden. Groepen bestaan soms uit meerdere soorten, ook dikwijls enkele individuen van 1 soort in een grote groep van den andere soort.
De vlucht is snel, met tamelijk moeizame vleugelslagen. Dikwijls vliegen ze luid roepend in V-formaties.
'Grauwe Ganzen'
(anser)
Het verenkleed van de 'grauwe ganzen' is grijsbruin (behalve bij de Sneeuwgans). De onderbuik en onderstaartdekveren zijn wit.
In de winter op akkers, weilanden, moerassen en estuaria.
grauwe gans
rietgans
kleine rietgans
sneeuwgans witte vorm
sneeuwgans blauwe vorm
ross' gans
kolgans
dwerggans
indische gans
zwaangans
keizergans
Brandganzen
(branta)
Dit zijn kleinere ganzen (behalve de Canadese Gans) met een zwarte kruin en hals (behalve de Roodhalsgans).
De 3 van oorsprong inheemse soorten zijn voornamelijk wintergasten in midden en zuid Europa.
Ze leven meestal in groepen.
rotgans bernicla
rotgans hrota
rotgans nigricans
brandgans
canadese gans
roodhalsgans
spoorwiekgans
Maak jouw eigen website met JouwWeb