Kleine Jager
(stercorarius parasiticus)
Dit is de algemeenste jager. De grootte, kopvorm en snavel zijn als die van de Stormmeeuw. De middelste staartpennen zijn puntig en steken 8-10 cm uit. De donkere vorm is frequenter in het zuiden, de lichte vorm heeft roomwitte wangen, hals en onderdelen. Maar er zijn allerlei lastige tussenvormen mogelijk, bv. bruin met een duidelijke donkere kap en lichtere wangen, of bruin met een gele halsring. De snavel en poten zijn donker. Juvenielen en onvolwassenen zijn meestal veel donkerder dan onvolwassen meeuwen, juvenielen zijn roodbruin getint.
De vlucht is sierlijk en verend, soms zelfs pijlstormvogelachtig.
Zijn geluid in het broedgebied is een klagend ka-auw en een diep tuk, tuk.
In het voor- en najaar langs de Nederlandse en Belgische kust trekkend, soms 10-tallen tot 110en per dag.
L 41-46 / SW 110-125 / D
Maak jouw eigen website met JouwWeb