Smyrnagors

(emberiza cineracea)

 

Dit is een grijsbruine gors. Het mannetje heeft in de zomer een geelgroene kop, een gele keel, een lichtgele oogring en een blauwgrijze snavel. De buik is wit of geelachtig. In de winter is hij valer. Het vrouwtje en juvenielen zijn valer met een gestreepte keel. De stuit van juvenielen is grijsbruin.

De ondersoort ineracea (Turkije) heeft een witachtige buik.

De ondersoort semenowi (Iran, tijdens de trek en in de winter in Irak en Syrië) heeft een gele buik.

Zijn zang is hoog en snel, driep-driep-driep-drulip. Zijn roep is kjip.

Schaars, op hoge grassige rotshellingen tot aan de boomgrens. Broedt ook op Lesbos en Chios. Tijdens de trek ook in woestijnen.

 

L 16,5 / SW 25-29

Maak jouw eigen website met JouwWeb