Gekraagde Roodstaart

(phoenicurus phoenicurus)

 

Het mannetje in de zomer heeft grijze bovendelen, zwarte wangen en keel, een wit voorhoofd en oranjerode onderdelen en stuit met een witte buik. Het vrouwtje en het mannetje in de winter en de gevlekte juvenielen zijn bruiner en valer.

De ondersoort samamisicus (Griekenland, Turkije) lijkt op de ondersoort semirufus (Levant) van de Zwarte Roodstaart maar de bovendelen zijn grijzer en met een opvallende witte vleugelvlek.

Zijn zang is een vrij krassend gebabbel, vaak imiterend, meestal beginnend met een fluitend huut-hiet-trek-trek. Zijn roep is wiet-tuk-tuk en een luid hoe-iet.

Bossen, parken, beboste rivieroevers, boomgaarden, tuinen.

In Nederland en België een talrijke broedvogel, achteruitgaand in aantal, en doortrekker.

 

L 14 / SW 20,5-24 / BD

Nest

 

De Gekraagde Roodstaart heeft zijn nest in gebieden waar voldoende bomen met hoge stammen zijn. Hij maakt zijn nest meestal in een natuurlijke holte in oude bomen, in verlaten spechtenholen of in halfholen, maar ook in knotwilgen, in gaten en holten van stobben, palen, oude muren, in houtmijten, in de wand of onder het dak van tuinhuisjes, schuurtjes, in bloempotten, pompen en vooral ook in nestkastjes. Soms ook in rotsspleten en muurgaten, in de dennenwouden van Noord-Europa vaak ook in holten in de grond.

Het nest ligt meestal 1-5 m boven de grond en wordt door het vrouwtje alleen gebouwd. Zij vlecht het uit worteldraden, droge grassen, bladeren, baststrookjes en mos en bekleedt het met veel veertjes en haren.

Het legsel met 6-7, bij uitzondering 8-9 eieren ligt vaak pas een maand nadat de bouw is begonnen in het nest. De eieren zijn zacht lichtblauw, soms enigszins naar het groen zwemend en slechts zelden en dan onduidelijk bruinrood gevlekt. Bij het leggen van het laatste ei begint het vrouwtje te broeden en broedt waarschijnlijk zonder medewerking van het mannetje 12-14 dagen lang. Beide ouders voeren hun jongen 14-15 dagen in het nest. 

Maak jouw eigen website met JouwWeb