Krekelzanger

(locustella fluviatilis)

 

De Krekelzanger lijkt op de oostelijke Snor door de ongestreepte grijsbruine bovendelen en de gevlekte borst, maar heeft grote witte toppen aan de zeer lange bruine onderstaartdekveren.

Zijn zang is langzamer en veel ritmischer dan die van de Snor en de Sprinkhaanzanger, met duidelijk hoorbare losse tonen, dzi-dzi-dzi-dzi-dzi-dzi, vaak vanaf een struiktop.

Moerassen en struikvegetaties, langs zoetwateroevers, bossen steppen en stadsparken. Breidt zich naar het westen uit.

In Nederland tegenwoordig vrijwel jaarlijks zingende exemplaren in het voorjaar.

 

L 13 / SW 19-22 / Z