Rode Rotslijster
(monticola saxatilis)
Het mannetje in de zomer is onmiskenbaar door de blauwe kop en mantel, contrasterend met de oranjerode onderdelen en korte staart. De witte vlek op de rug is vooral in de vlucht opvallend. Het vrouwtje, juvenielen en het mannetje in de winter zijn bruin gevlekt en gebandeerd, met een lichte keel en een roodbruine staart.
Hij is schuw.
Zijn zang, vaak in een hoge zangvlucht, is fluitend, als een Tapuit of een Merel. Zijn roep is een raspend tsjak, tsjak.
Open rotsige terreinen in heuvel- en berggebieden. Ten noorden van de broedgebieden een dwaalgast, ook in Nederland en België.
L 18,5 / SW 33-37 / Z
Maak jouw eigen website met JouwWeb